Koos Meinderts – Lang zal ze leven

Koos Meinderts – Lang zal ze leven

Op weg naar school ziet Eva een oude vrouw op het spoor staan, terwijl de slagbomen rinkelend naar beneden gaan. Ze bedenkt zich geen seconde en trekt de vrouw net op tijd weg voor een aanstormende trein. Met haar actie haalt Eva de krant en zelfs tv. Nieuwsgierig naar wie ze heeft gered, gaat Eva op bezoek bij de vrouw. En dan ontdekt ze de schokkende waarheid. `Ik wilde u nog wat vragen, zeg ik. 'Toen op het spoor, hebt u mij toen niet horen roepen?' Mevrouw De Graaf schrikt. 'Heb je geroepen?' 'Geschreeuwd heb ik. Maar u keek niet op of om.'

Informatie over het boek
Koos Meinderts - Lang zal ze leven
Lemniscaat 2014
Bladzijden: 144
Leeftijd: 12+

 

Meer informatie

Meer Informatie over dit boek en alle recensies

 

Voorleesfragment

 

 

Mijn samenvatting

‘Eva, je staat in de krant.’
Ik til mijn hoofd een eindje op van mijn kussen. Mijn ouders staan in de deuropening van mijn slaapkamer. Mijn vader voorop, zwaaiend met de krant.
‘Kunnen jullie niet kloppen? Ik lag te slapen.’
In werkelijkheid lag ik al meer dan een uur wakker. Ik dacht aan gisteren en zag mezelf weer liggen, op het asfalt naast een oude vrouw, terwijl ik naar mijn fiets keek, een paar meter verderop. Het voorwiel stak omhoog en draaide traag rondjes. Als in een film.
‘Kijk maar, hier staat het.’
Mijn vaders stem klinkt verbaasd, alsof hij pas echt gelooft wat er gisteren op weg naar school is gebeurd, nu het zwart op wit in de krant staat: MEISJE REDT BEJAARDE VROUW. (blz. 9)

Eva heeft gisteren een vrouw voor de aankomende trein weggetrokken. Dat deed ze zonder er over na te denken. Nu vindt iedereen dat ze een held is. Wat is er precies gebeurd? Eva was te laat van huis vertrokken en fietste hard richting school.

Ze ging op de trappers staan; het dreigde te gaan regenen en bovendien wilde ze niet te laat op school komen. Het was niet druk op straat: een enkele personenauto, een moeder met een kind voor op de fiets en een bestelbusje van klusbedrijf Harman & Zn, OP WEG NAAR EEN TEVREDEN KLANT. Een eindje verderop liep een oude vrouw het spoor op, op hetzelfde moment dat de knipperlichten aangingen en de spoorbomen rinkelend naar beneden kwamen.
‘Neeeee!’ schreeuwde ze. (blz. 14)

Mevrouw De Graaf is de oude vrouw die door Eva is gered. Ze woont in een bejaardentehuis. Ze wordt binnenkort 84 jaar. Ze voelt zich oud. Haar lichaam doet steeds minder wat zij wil.

Ze frommelde de brief voor haar huisarts tot een prop. Ze had geen dokter nodig om te weten wat haar mankeerde. Ze had ouderdom, zo simpel was het en daar hielp niets tegen. Ze wilde het ook niet. Ze kende ze, de geriaters. Die gaan handenwrijvend op zoek naar een probleem om er meteen een oplossing op los te laten. Dan werd je gevraagd hoe oud je bent, hoe de president van de Verenigde Staten heet en welke dag het is, en werd je geadviseerd om met MAX Geheugentrainer mee te doen.
Ze gooide de prop in de prullenmand naast haar stoel en stond op. Op weg naar de keuken ging de bel. Ze deed niet open. (blz. 25)

Iedereen vindt dat Eva een held is. Sanne heeft stiekem een surprise party georganiseerd voor Eva waarbij ze een medaille zal krijgen van het Carnegie Heldenfonds. Mevrouw De Graaf is uitgenodigd om de medaille te komen uitreiken. Eigenlijk wil ze Eva helemaal niet ontmoeten. Wat moet ze tegen haar zeggen? Eva vindt het geen leuke verrassing. Ze staat niet graag in de belangstelling en voelt zich helemaal geen held.

Ik loop het zaaltje uit en wil mevrouw Vermeulen achter de balie vragen waar ik het toilet kan vinden, als de deur opengaat en een oude vrouw het gemeentehuis binnenkomt. Ze draagt haar linkerarm in een mitella. Dat moet mevrouw De Graaf zijn.
‘Eva?’ vraagt ze.
Ik knik en geef haar een hand. ‘Ze wachten op u.’
‘Ik ben wat aan de late kant.’
‘Geeft niet,’ zeg ik. ‘Het is nog niet begonnen.’
‘Zijn er veel mensen?’
‘Aardig wat.’
‘Ik ben voor jou gekomen, Eva. Ik vind dit heel moeilijk. Ik had nog helemaal niets van me laten horen. Het spijt me.’
‘Geeft niet,’ zeg ik.
‘Ik heb ook iets voor je meegenomen, ik geef het je nu, kan ik het ook niet vergeten.’ Ze geeft me een envelop. ‘Een kleinigheidje.’
Ik berg de envelop in mijn tas. Thuis kijk ik wel wat erin zit.
‘en het spijt me ook van toen op het spoor,’ zegt mevrouw De Graaf.
‘Ik vind dit gedoe hier erger,’ zeg ik en ik schrik van mijn eerlijkheid. Maar het is waar. Ik heb de pest in. Een surpriseparty, hoe verzinnen ze het.
‘Zullen we ervandoor gaan?’ stelt mevrouw De Graaf voor. ‘Kan niet, hè?’
‘Nee,’ zeg ik.
‘Kom, zegt ze. ‘Geef me dan een arm, dan gaan we samen naar binnen.’ (blz. 56)

Eva gaat een paar dagen later bij mevrouw De Graaf op bezoek. Ze wilde eigenlijk naar haar beste vriendin Sanne, maar die heeft het te druk met haar nieuwe vriendje. Het bezoek bij mevrouw De Graaf is ongemakkelijk, zeker als ze iets opbiecht aan Eva.

‘Ik ben met opzet op het spoor blijven staan,’ zegt mevrouw De Graaf. Ze staat met haar rug naar me toegekeerd, alsof ze me niet durft aan te kijken. ‘Ik wilde dood.’
Ik spring overeind. ‘Wat?!’ roep ik.
Mevrouw De Graaf draait zich naar me om, doet een stap naar voren en steekt haar armen naar me uit. ‘Het spijt me,’ zegt ze. ‘Echt, het spijt me verschrikkelijk.’
Ik doe een stap achteruit, stoot me tegen de bank, bijna val ik en dan struikel ik de kamer uit. Ik moet weg hier. Weg, naar buiten.
Ik ren met drie, vier treden tegelijk de trappen naar beneden. Ik ben in de war en boos tegelijk, maar waarom en op wie weet ik eigenlijk niet, en dat maakt me nog bozer en nog meer in de war.Natuurlijk, ik ben boos op mevrouw De Graaf, maar het lijkt of ik ook boos ben op mezelf. Maar waarom? (blz. 74)

Toch gaat Eva weer terug naar mevrouw De Graaf. Ze is nieuwsgierig naar haar. Ze praten veel samen, over van alles en nog wat. Ze worden vrienden. Ze vinden het fijn om elkaar af en toe te zien. Er gaan maanden voorbij. Eva gaat tijdens de zomervakantie werken op Schiermonnikoog. Als ze weer thuis is gaat ze bij mevrouw De Graaf langs, maar die zegt geen tijd voor haar te hebben.

Ik blijf de hele tijd maar aan mevrouw De Graaf denken. Er klopt iets niet. Waarom kwam ik vanmiddag niet gelegen, en waarom keek ze alsof ik haar had betrapt? ‘s Avonds besluit ik haar op te bellen. Om te vragen hoe het met haar gaat. Er wordt niet opgenomen. Ik probeer het een kwartier later nog eens. Weer geen gehoor. (blz. 135)

Wat is er met mevrouw De Graaf aan de hand? Waarom neemt ze de telefoon niet op?

 

Mening over het boek

Recensie van Mathilde (43 jaar)
Heb je het boek uitgelezen?
Ja
Wat vind je van het boek?
★★★★★ – geweldig
Waarom heb je dit boek uitgekozen om te lezen?
Het boek heeft een mooie voorkant. Ik vond de tekst op de achterkant leuk.
Welke steekwoorden passen bij het boek?
Zielig, fascinerend, leuk, mooi, verrassend
Hoe kom je aan het boek?
Ik heb het boek van uitgeverij De Fontein gekregen om een recensie over te schrijven
Zitten er plaatjes (illustraties) in het boek?
Nee
Wat vind je leuk aan het boek? Je kunt bijvoorbeeld een leuk stukje uit het boek overtypen
Het is een heel mooi verhaal over een vriendschap die zich ontwikkelt tussen Eva en mevrouw De Graaf, nadat Eva mevrouw De Graaf gered heeft. Het is mooi om te lezen dat ze een hele andere kijk op het leven hebben. Eva kijkt naar de toekomst en mevrouw De Graaf kijkt naar het verleden. 
Het verhaal wordt vanuit Eva en mevrouw De Graaf verteld en hun gedachten worden afgewisseld. De afwisseling wordt duidelijk gemaakt door een tekeningetje in de tekst.
Is er iemand uit het boek die je in het echt zou willen ontmoeten? Wat zou je dan samen gaan doen?
Ik zou Eva en mevrouw De Graaf samen willen ontmoeten. Het lijkt me interessant om onder andere over gedichten te praten
Wil je nog iets anders vertellen over het boek?
In het verhaal worden gedichten van bekende Nederlandse dichters genoemd. Deze gedichten staan ook achterin het boek vermeld. Dit boek zou daardoor goed gebruikt kunnen worden op middelbare scholen om leerlingen te interesseren voor poëzie.
Voorbeeld van een mooi citaat:

Ze had de afgelopen nacht lange tijd wakker gelegen. Een dichtregel reed als een spooktrein rondjes door haar hoofd: ‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen en niet slapend denk ik aan de dood.’
Gek werd ze ervan. Wist ze zich nu maar de rest van het gedicht te herinneren, dan zou ze misschien van de beginregels verlost zijn. Dat scheen bij liedjes ook te werken.
‘Insomnia.’ Zo heette het gedicht dat haar uit de slaap hield. Een gedicht van Bloem. J.C. Bloem, dat wist ze dan weer wel. Uiteindelijk was ze opgestaan, had het gedicht erbij gepakt en het zichzelf mompelend voorgelezen. Het hielp, de dichtregels was ze kwijt, maar ze was inmiddels zo wakker dat het nog een hele poos duurde voor ze weer in slaap viel. (blz. 10)

Is het boek moeilijk of gemakkelijk om te lezen?
Gemiddeld
Zitten er moeilijke woorden in het boek?
Volgens mij niet
Wil je het boek nog een keer lezen?
Ja, ik wil het boek nog een keer lezen. Ik wil andere boeken van deze schrijver lezen
Aan wie zou je dit boek aanraden? (bijvoorbeeld kinderen van jouw leeftijd, jonger, ouder, jongens, meisjes)
Aan iedereen vanaf 12 jaar

Ikvindlezenleuk heeft dit boek gekregen van uitgeverij De Fontein

 

Tip

Ben je op zoek naar meer informatie over de schrijver, illustrator en/of vertaler van dit boek? Veel van deze boekenmakers hebben een eigen website (even googlen...). Daarnaast vind je meer informatie op de websites van de uitgeverijen en op de websites van Jeugdliteratuur.org, Leesfeest, Leesplein.nl, Jeugdbibliotheek.nl, Literatuurplein
Succes!

Laat een reactie achter